Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
Bij het gebruik van een balans het begrip even zwaar hanteren4. Meten en wegen4.1-3 GewichtGewichten vergelijken en ordenen, balans06Wegen met een balans Wegen met een balans Ja
  
Bij het gebruik van een balans het begrip even zwaar hanteren4. Meten en wegen4.1-3 GewichtGewichten vergelijken en ordenen, balans06Zelf wegen met een balans Zelf wegen met een balans
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Getalbeelden tm 20 met eierdozenGetalbeelden tm 20 met eierdozenJa
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Getalbeelden tm 20 met eierdozenGetalbeelden tm 20 met eierdozenJa
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)Ja
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)Ja
  
Bij hoeveelheden t/m 20 gegeven in een 5- of 10-structuur beredeneren wat meer is gebruikmakend van die structuur (zoals bij vingers, eierdozen)1. Hoeveelheidbegrippen1.3 Hoeveelheden ordenenHoeveelheden t/m 100 ordenen a.d.h.v. 5- en 10-structuur07Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)Getalbeelden tm 20 met eierdozen (herhaling)
  
Hoeveelheden samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 20) door handig gebruikmaken van de 5- en 10-structuur2. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallenOptellen en aftrekken t/m 1000710 eieren plus 4 eieren is 14 eieren10 eieren plus 4 eieren is 14 eieren
  
Hoeveelheden tot en met 20 samenstellen met behulp van concreet materiaal met een 5- of 10-structuur2. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallenOptellen en aftrekken t/m 1000713 eieren min 3 eieren is 10 eieren13 eieren min 3 eieren is 10 eieren
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Ja
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Ja
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Ja
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Aftrekken met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Ja
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Aftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozenAftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozenJa
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Aftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozenAftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Aftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozenAftrekken tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Hoeveelheden samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 20) door handig gebruikmaken van de 5- en 10-structuur2. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallenOptellen en aftrekken t/m 10007Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20Optellen en aftrekken door elkaar met zichtbare aantallen tussen 10 en 20
  
Getalsymbolen t/m 20 koppelen aan hoeveelheden en andersom1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 2006Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getallen tussen 10 en 20 in tiental en eenheden verdelen1. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelenHoeveelheden t/m 10007Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Getallen t/m 20 herkennen, benoemen en schrijven2. Rekenhandelingen2.3 Getallen lezen, noteren en vergelijkenGetallen t/m 10006Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
Hoeveelheden samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 20) door handig gebruikmaken van de 5- en 10-structuur2. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallenOptellen en aftrekken t/m 10007Optellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozenOptellen en aftrekken door elkaar tussen 10 en 20 met dichte dozen
  
De dagen van de week, op volgorde benoemen3. Tijd3.3 Kalender dan wel een agenda gebruikenBegrippen rond weekindeling en seizoenen05De dagen van de weekDe dagen van de week
1 - 30Volgende