Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
  
  
  
  
  
Document-id
  
Omschrijving
  
  
  
  
  
  
  
  
  
  
Aantal= 753
Map: Leermiddelen 2011
  
27-6-2013 15:29Geen aanwezigheidsgegevensAllard Strijker
Map: Forms
  
4-12-2012 16:43Geen aanwezigheidsgegevensAllard Strijker
Gisteren, vandaag en morgen.docx
  
13-6-2014 13:06Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerSLODOC-1-1837
Nee
Samen 20.docx
  
13-6-2014 12:06Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1836Hoeveelheden samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 20) door handig gebruikmaken van de 5- en 10-structuur
In deze les zijn de leerlingen bezig met het aanvullen tot 20 met behulp van twee eierdozen en de vingers.
Het gaat steeds om de vragen: Hoeveel eieren zitten er in de dozen? Hoeveel kunnen er nog bij om 20 te krijgen?
Katern: Eierdozen (2), niv. 5-82. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallen072.De leerlingen leren rekenhandelingen uitvoeren voor het functioneren in alledaagse situaties.NeeOptellen en aftrekken t/m 100
Lessenserie SINT Les 1 Heel veel pepernoten (14 11 13).docx
  
25-2-2014 9:42Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1832Binnen een context weten wat bedoeld wordt met bij elkaar doen, erbij doen, eraf halen en dit vertalen naar een handeling
De leerkracht vertelt een verhaal over pepernoten. De strooipiet komt  steeds pepernoten uit de keuken halen om ze in de schoenen van kinderen te stoppen. Leerlingen zien dat de hoeveelheid verandert. Zijn er pepernoten bijgekomen of afgegaan?
Lessenserie Sint, niveau 2-10set januari 20141. Hoeveelheidbegrippen1.1 Begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen021.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.JaHoeveelheidsbegrippen
Les 1 Hoe kun je betalen, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:42Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1821Bedragen tot 10 euro samenstellen met munten van 1 en 2 euro
In deze les laat de leerkracht zien hoe je bedragen tot € 10 op verschillende manieren kunt samenstellen met munten van € 1 en € 2 en hoe je dat met je vingers kunt controleren.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties065.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaMunten van 1 en 2 euro
Les 10, € 36 hoeveel briefjes van € 10 en hoeveel munten van € 1, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:42Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1830Ronde bedragen tot en met 100 euro af-lezen, noteren en vergelijken
De leerlingen stellen geldbedragen tot € 100 samen met briefjes van € 10 en munten van € 1. Steeds wordt de relatie gelegd met de kralenketting.
Ter afronding speelt u het spel ‘Raad mijn bedrag’ met geldbedragen tot € 100.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.2+4 Bedragen aflezen, afronden en vergelijken085.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaRonde bedragen aflezen, noteren en vergelijken
Les 11, € 86 is meer dan € 68, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:41Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1831Ronde bedragen tot en met 100 euro af-lezen, noteren en vergelijken
In deze les lezen de leerlingen prijskaartjes met bedragen tot € 100 op. Ze geven aan hoeveel tientjes en hoeveel munten van € 1 dat zijn, leggen ze in goede volgorde van laag naar hoog en hangen ze op de juiste plek aan de kralenketting.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.2+4 Bedragen aflezen, afronden en vergelijken085.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaRonde bedragen aflezen, noteren en vergelijken
Lessenserie SINT Les 2 Pakjes in de schoorsteen gooien (14 11 13).docx
  
25-2-2014 9:41Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1833Aantallen voorwerpen (incl. vingers) samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 10)
De leerlingen proberen in spelvorm een pakje in een schoorsteen te gooien. Ze houden zelf de stand bij en noteren die op een scoreformulier.
Lessenserie SINT, niveau 2-10set januari 20142. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallen052.De leerlingen leren rekenhandelingen uitvoeren voor het functioneren in alledaagse situaties.JaOptellen en aftrekken t/m 10
Les 2, Iets kopen voor € 5, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:41Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1822Bedragen tot 10 euro samenstellen met munten van 1 en 2 euro
In deze les oefenen de leerlingen het samenstellen van bedragen tot en met € 5 met munten van € 1 en € 2.  Ze leren daarbij inzien dat bedragen op verschillende manieren kunnen worden samengesteld.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties065.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaMunten van 1 en 2 euro
Les 3, Iets kopen voor € 10, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:41Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1823Bedragen tot 10 euro samenstellen met munten van 1 en 2 euro
In deze les oefenen de leerlingen het samenstellen van bedragen tot en met € 10 met munten van € 1 en € 2.  Ze leren daarbij inzien dat bedragen op verschillende manieren kunnen worden samengesteld.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties065.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaMunten van 1 en 2 euro
Lessenserie SINT Les 3 Speculaaskoekjes maken (14 11 13).docx
  
25-2-2014 9:41Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1834De notatie 1/2, 1/4 herkennen in een context
De leerlingen maken kennis met de notatie ½ binnen de context van het maken van speculaaskoekjes. Ze bekijken het recept en bespreken de notatie. De toepassing van de notatie ½ oefenen met verschillende ingrediënten.
Lessenserie SINT, niveau 2-10set januari 20141. Hoeveelheidbegrippen1.1 Begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen101.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.JaRekentaal
Les 4, Iets kopen voor € 10 met euromunten en briefjes, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:40Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1824Biljetten van 5 en 10 euro herkennen
De leerlingen leren de biljetten van € 5 en € 10 herkennen. En oefenen met het samenstellen van bedragen tot € 10 met munten van € 1 en € 2 en briefjes van € 5 en € 10.  Ze leren dat bedragen op verschillende manieren kunnen worden samengesteld.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties075.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaBiljetten van 5, 10, 20 en 50 euro
Les 5, Winkelen wat kost het bij elkaar, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:40Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1825Biljetten van 5 en 10 euro herkennen
In deze les berekenen de leerlingen de prijs die ze moeten betalen voor twee voorwerpen bij elkaar. Bij elkaar kost het maximaal € 10.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties075.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaBiljetten van 5, 10, 20 en 50 euro
Les 6, Spullen prijzen voor de vrijmarkt, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:40Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1826Ronde bedragen tot en met 20 euro aflezen, noteren en vergelijken
De leerlingen geven voorwerpen een prijs tussen de € 10 en € 20. Deze prijzen worden met het €-teken op een prijskaartje genoteerd. Tot slot speelt u met de leerlingen het spel ‘Hoger of lager’ met bedragen van € 1 tot en met € 20.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.2+4 Bedragen aflezen, afronden en vergelijken075.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaRonde bedragen aflezen, noteren en vergelijken
Les 8, Kopen in de supermarkt krijg ik geld terug, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:40Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1828Binnen een context betalen en weten wanneer je geld terugkrijgt
In deze les oefenen de leerlingen dat als je iets koopt en je betaalt teveel, je geld terugkrijgt. Ze oefenen hiermee in de context van een supermarkt. 
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties085.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaBiljetten van 5, 10, 20 en 50 euro
Les 9, Nieuwe biljetten € 20, € 50 en € 100, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:39Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1829Ronde bedragen tot en met 100 euro af-lezen, noteren en vergelijken
Introductie van het briefje van € 20, € 50 en € 100 en deze bedragen koppelen aan de kralenketting. Steeds wordt bij de ronde bedragen (in deze les alleen tienvouden) bedacht hoe je die kunt betalen met briefjes van € 10.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.2+4 Bedragen aflezen, afronden en vergelijken085.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaRonde bedragen aflezen, noteren en vergelijken
Les 7, Iets te eten bestellen voor € 20 en betalen met euromunten en briefjes, Katern Geldrekenen, niv 6-8 (08 01 14).docx
  
25-2-2014 9:39Geen aanwezigheidsgegevensAnnette van der LaanRekenboog 2.0SLODOC-1-1827Bedragen tot 20 euro samenstellen met munten van 1 en 2 euro en biljetten van 5 en 10 euro
In deze les oefenen de leerlingen het samenstellen van bedragen tot € 20 met munten van € 1 en € 2 en briefjes van € 5 en € 10. Ze leren daarbij inzien dat bedragen op verschillende manieren kunnen worden samengesteld.
Geldrekenen, niveau 5-8set januari 20145. Geld5.1 Munten en bankbiljetten benoemen en gebruiken in diverse situaties085.De leerlingen leren omgaan met geld en betaalmiddelen.JaBiljetten van 5, 10, 20 en 50 euro
Les 9 Optellen tussen 10 en 20 met dichte dozen, Katern Eierdozen tot 20, definitief (22 11 13).docx
  
10-2-2014 12:00Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1805Hoeveelheden samenvoegen/ toevoegen en weghalen en de totale hoeveelheid bepalen (tot en met 20) door handig gebruikmaken van de 5- en 10-structuur
Tijdens deze oefening doet u steeds een wisselend aantal eieren erbij, waarbij de tweede doos dichtgaat. Met elkaar bepaalt u hoeveel eieren er in totaal zijn. Leerlingen maken daarbij gebruik van hun vingers. 
Eierdozen (2), niv. 5-8Eierdozen kerndoel 2 niv 72. Rekenhandelingen2.4 Handig rekenen met eenvoudige getallen072.De leerlingen leren rekenhandelingen uitvoeren voor het functioneren in alledaagse situaties.JaOptellen en aftrekken t/m 100
01.Wat is de temperatuur vandaag.docx
  
27-1-2014 15:44Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1682De buitentemperatuur (boven en onder 0?C) aflezen op analoge en een digitale thermometer
De leerlingen meten op een schooldag op elk uur de buitentemperatuur en noteren die in een door de leerkracht voorbereide tabel.
Temperatuur, niv. 9-12Kerndoel 4 temp niv 9-124. Meten en wegen4.1-3 Temperatuur114.De leerlingen leren meten en wegen en leren omgaan met meetinstrumenten, gangbare maten en eenheden.JaTemperatuur analoog en digitaal aflezen en instellen, graden Celsius
22.Hoe lang is de winkel nog open,concept,27-08-10.doc
  
27-1-2014 14:32Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 1.0SLODOC-1-127Kwart voor en kwart over aflezen
3. Tijd3.1-2 Vaste tijdstippen op analoge en/of digitale klokken aflezen en daarmee een dagindeling verbinden083.De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.NeeKwartieren, digitale tijden en klokfeiten
21.Het werkrooster,concept,27-08-10.doc
  
27-1-2014 14:32Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 1.0SLODOC-1-122Kwart voor en kwart over aflezen
3. Tijd3.1-2 Vaste tijdstippen op analoge en/of digitale klokken aflezen en daarmee een dagindeling verbinden083.De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.NeeKwartieren, digitale tijden en klokfeiten
20.Op het perron,concept,27-08-10.doc
  
27-1-2014 14:31Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 1.0SLODOC-1-119Kwart voor en kwart over aflezen
3. Tijd3.1-2 Vaste tijdstippen op analoge en/of digitale klokken aflezen en daarmee een dagindeling verbinden083.De leerlingen leren omgaan met tijd in alledaagse situaties.NeeKwartieren, digitale tijden en klokfeiten
1.3.10_Dat is ver!.doc
  
27-1-2014 13:27Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1642Hoeveelheden aan getallen t/m 1000 koppelen in reeele situaties (geld/meten)
De leerlingen wijzen plaatsen aan op de kaart van Europa. Ze zoeken op hoe ver dat van school is, met behulp van internet. Daarna kiezen ze  plaatsen in Europa die minder dan 1000 km verwijderd zijn van school.
Hoeveelheidsbegrippen, niv 9-12Kerndoel 1 niv 9-121. Hoeveelheidbegrippen1.2 Hoeveelheden aan getallen koppelen101.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.Jahttp://docs.slo.nl/rekenboog/Leermiddelen/1.3.10_Dat is ver!.docHoeveelheden t/m 1000
1 1 12_Uitverkoop.doc
  
27-1-2014 13:26Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1639Het symbool % herkennen in een context
De leerlingen bespreken aan de hand van etiketten en reclamebladen op welke artikelen het symbool % vermeld staat en wat dat betekent voor de prijs die ze gaan betalen.
Hoeveelheidsbegrippen, niv.9-12Kerndoel 1 niv 9-121. Hoeveelheidbegrippen1.1 Begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen111.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.Jahttp://docs.slo.nl/rekenboog/Leermiddelen/1 1 12_Uitverkoop.docRekentaal
1 1 12_Procent.doc
  
27-1-2014 13:26Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1638Het symbool % herkennen in een context
De leerlingen bespreken wat percentages betekenen als ze die tegenkomen op producten, reclames of in de media.Ze leren dat % staan voor een deel van iets, dat 0 % niets is en dan 100% het geheel is.
Hoeveelheidsbegrippen, niv. 9-12Kerndoel 1 niv 9-121. Hoeveelheidbegrippen1.1 Begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen111.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.Jahttp://docs.slo.nl/rekenboog/Leermiddelen/1 1 12_Procent.docRekentaal
1.1.10_Verdubbelen.docx
  
27-1-2014 13:16Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1835De begrippen verdubbelen, halveren, in vieren delen (her)kennen in een context
De leerlingen spelen een spel op een spelbord dat vergelijkbaar is met Ganzenbord. In plaats van de gebruikelijke plaatjes zijn er nu enkele hokjes met een getal, bv. de 9, 19, 29, 39 en 49 die een speciale kleur en functie hebben.
Hoeveelheidsbegrippen, niv. 9-12Kerndoel 1 niv 9-121. Hoeveelheidbegrippen1.1 Begrippen toepassen voor het aangeven van aantallen en het uitvoeren van bewerkingen101.De leerlingen leren hoeveelheidbegrippen gebruiken en herkennen.Jahttp://docs.slo.nl/rekenboog/Leermiddelen/1.1.10_Verdubbelen.docRekentaal
03.Waar heb ik een thermometer voor nodig.docx
  
21-1-2014 16:18Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1690De begrippen temperatuur, thermometer kennen
De leerlingen weten dat het koud of warm kan zijn en bekijken verschillende instrumenten om de temperatuur te meten en leren dat je een thermometer gebruikt om te weten hoe koud of warm iets is.
Temperatuur, niv. 9-12Kerndoel 4 temp niv 9-124. Meten en wegen4.1-3 Temperatuur094.De leerlingen leren meten en wegen en leren omgaan met meetinstrumenten, gangbare maten en eenheden.JaTemperatuur analoog en digitaal aflezen en instellen, graden Celsius
11.De temperatuur van de oven instellen.docx
  
21-1-2014 15:49Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1680de thermostaat van een cv, oven of magnetron instellen op de gewenste temperatuur
De leerlingen ervaren dat er op verpakkingen en in recepten oventemperaturen worden aangegeven. Ze zoeken in kookboeken of op opdrachtkaarten naar de gewenste temperatuur van een oven en oefenen het instellen daarvan op het display van de oven.
Temperatuur, niv. 9-12Kerndoel 4 temp niv 9-124. Meten en wegen4.1-3 Temperatuur114.De leerlingen leren meten en wegen en leren omgaan met meetinstrumenten, gangbare maten en eenheden.JaTemperatuur analoog en digitaal aflezen en instellen, graden Celsius
10.Kamertemperatuur.docx
  
21-1-2014 15:47Geen aanwezigheidsgegevensAllard StrijkerRekenboog 2.0SLODOC-1-1679Het begrip kamertemperatuur kennen
De leerlingen praten over de betekenis van het begrip kamertemperatuur.
Temperatuur, niv. 9-12Kerndoel 4 temp niv 9-124. Meten en wegen4.1-3 Temperatuur114.De leerlingen leren meten en wegen en leren omgaan met meetinstrumenten, gangbare maten en eenheden.JaTemperatuur analoog en digitaal aflezen en instellen, graden Celsius
1 - 30Volgende